De geschiedenis van het Celsius-systeem
Het concept “temperatuur” is al duizenden jaren oud, maar in de westerse wereld was er tot aan de zeventiende eeuw geen universele maat voor warmte of koude. De Grieken gebruikten een scala met 12 graden en de Romeinen introduceerden later het “gradus” als maateenheid. Tijdens de Renaissance voegde Galileo Galilei zijn eigen temperatuur-schaal toe, die gebaseerd was op Celsius waterdamp.
Het moderne concept van de termperatuur is echter te danken aan Anders Celsius, een Zweeds astronoom en natuurkundige. In 1742 introduceerde hij de eerste waardeschaal voor de thermometer, waarbij nul graden gelijkgesteld werd aan het smeltpunt van ijs (0°C) en honderd graden aan het kookpunt van water (100°C). De zogenaamde “Celsius-schaal” was gebaseerd op een reversibele thermometer, die de temperatuur in beide richtingen kon meeten.
De praktische toepassing
Oorspronkelijk gebruikte Celsius zijn temperatuurschaal voor astronomisch onderzoek. Hij ontdekte dat water bij 0 graden ontdroogd kan worden en dat de luchttemperatuur boven de grond meestal hoger is dan de bodemtemperatuur. Dit wist hij te waarnemen in Zweden, waar de temperaturen door de hoogteverschillen sterk verschillend kunnen zijn.
Later ging het Celsius-systeem ook gangbaar worden voor andere toepassingen zoals meteorologie, medische praktijken en industrieel gebruik. De thermometer werd een handig instrument dat gemakkelijk te gebruiken was in dagelijkse levenspraktijk: niet alleen op de boerderij of in het laboratorium maar ook bij reizen en vakanties.
Internationale acceptatie
Tot aan de late negentiende eeuw bleef het Celsius-systeem een Europese conventie. Het gebruik van graden Fahrenheit was vooral populair in de Verenigde Staten. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam er sprake van internationale overeenstemming bij het International Committee for Weights and Measures (ICWM).
In 1948 werd het Celsius-systeem officieel ingevoerd op de Internationale Thermometreschouw in Genève. Dit betekende dat zowel de thermometers als temperatuurregistraties overal ter wereld standaardiseerden.
Verloop van de tijd en huidige toepassing
Sinds de introductie is er vooral één belangrijke verandering geweest: het ontwerp. In tegenstelling tot de handmatige meetapparaten zijn hedendaagse digitale thermometer-apps voor smartphones een revolutionaire stap voorwaarts op kennis en gebruiksgemak.
Voor de wetenschap is het Celsius-systeem vooral van belang in onderzoek naar klimaatverandering. Door gebruik te maken van warmtebalken, worden meteorologische gegevens gestandaardiseerd met temperatuurrecords die niet alleen lokaal maar ook internationaal geregistreerd kunnen worden.
Functiewijziging en overgangsperiode
De Celsius-schaal kende wel een functionele verandering door het gebruik van de kelvin. Deze temperatuureenheid werd voorgesteld in 1848 door William Thomson en is vernoemd naar de Zweedse natuurkundige Willam Kelvin.
Kelvin graden zijn in feite Celsius-graden verdeeld met nul afwijking vooraf (zie tabel). Hierdoor kon een nauwkeuriger meetinstrument worden ontworpen waarbij het 0-graden punt werd gesteld op 273,15 K. Een deel van deze uitvinding is doorontwikkelt als praktische aanpassing.
Reikwijdte en invloed
Tegenwoordig gebruiken alle landen ter wereld Celsius graden voor hun temperatuurmetingen, tenzij bij specifieke gegevensuitruiting of wettelijke bepalingen. Het concept is zowel in de wetenschap als bij dagelijkse levenspraktijk een universeel referentie punt dat aangeeft hoe warm het is.
Conclusies
Celsius enkel wordt beschouwd als internationale temperatuurmetingeinheid omdat er nu door land tot land geen verschillen meer zijn. De thermometer-ontwikkeling heeft in de loop der jaren verdergaande maatstaf aangegeven met exactere meetresultaten.
Als geheel is Celsius een universele en aanvaarde temperatuurmaateinheid, die sinds 1742 in gebruik is geweest.